Jesse van Waveren, leerling verzorgende IG in Oud Bijdorp


Interview Jesse van Waveren, leerling verzorgende IG in Oud Bijdorp  

“Ik wil graag ‘een gespierde man’ zijn in de zorg”.   

Wie ben je?  
Ik ben Jesse van Waveren, 19 jaar oud, geboren en getogen in Leiden. Ik ben de oudste in een gezin van drie kinderen: na mij volgden een zusje en een jongere broer. Mijn vader heeft een ingewikkelde baan als programmeur van kassa’s voor grote bedrijven en reist normaal gesproken door heel Europa. Mijn moeder werkt net als ik in de zorg bij Marente. Zelf heb ik de MAVO doorlopen op het Leonardo college in Leiden; een leuke tijd, waaraan ik veel vrienden heb overgehouden, evenals  aan mijn voetbalclub Door Combinatie Sterk (Docos). Samen sporten is mijn voornaamste hobby; ik kan niet goed stil zitten. Vroeger wilde ik eigenlijk altijd bij defensie gaan werken, in het leger of bij de marine. Ik heb een oom en een opa die dit vroeger ook deden en hun verhalen boeiden me. In het leger moet je fysiek sterk zijn en leer je ook nieuwe technieken waarvoor je een gespierd lichaam nodig hebt. Dat trok me aan.  

Waar werk je?  
Ik werk nu in het verzorgingsklooster Oud-Bijdorp in Voorschoten, waar 35 oudere religieuzen in zorg zijn, zowel mannen als vrouwen. Sommigen van hen hebben een somatisch probleem, anderen hebben dementie. Zij houden samen een dagorde aan zoals zij dat van oudsher in hun actieve kloosterleven gewend waren, alleen hoeven ze niet meer voor dag en dauw op te staan. Hun dag begint nu om 8.30 uur met een gebed, en zij eten driemaal per dag allemaal samen in een  refter; wij als personeelsleden eten dan niet met hen mee. Enkelen wonen nog zelfstandig en die bezoeken wij bijvoorbeeld alleen om hen te helpen met een steunkous om een injectie. Wel participeren ook deze mensen in de gezamenlijke klooster-evenementen. In een kleiner deel van het verzorgingshuis wonen oudere niet-religieuze burgers, maar daar heb ik nog nooit gewerkt.  

Ik vind het verzorgingsklooster een leuke werkplek; tevoren had ik er enigszins tegenop gezien. Ik had een zekere strengheid bij hen verwacht, maar dat is me enorm meegevallen. De religieuzen hebben mij zelfs nog nooit gevraagd of ik ook rooms-katholiek ben. Ook zijn ze heel meegaand en altijd super dankbaar, wat je ook voor hen doet. Ook is het contact tussen ons steeds wederkeriger geworden; ze vragen mij van alles over mijzelf  en omgekeerd  leer ik ook hun levensloop beter kennen. Ja, ik kan wel zeggen dat ik hier echt met plezier werk. 

Hoe komt het dat je in de ouderenzorg bent gaan werken? 
Dat komt omdat ik veel voorbeelden heb in mijn eigen familie. Mijn oma werkte in de zorg, een tante, en natuurlijk mijn moeder die in Marente werkt, en die mij als jong kind al wel eens meenam naar haar werk. Dan keek ik daar rond, voelde me op mijn gemak en dacht: “Ja, deze wereld is ook wel iets voor mij.” Dus toen ik op het VMBO zat en een keuzevak mocht kiezen koos ik voor het vak ‘zorg en welzijn’.  Mijn vrienden deden daar toen erg lacherig over. Ik werd niet echt gepest, maar ze vonden het gek, dat ik, de voetballer, als man in de zorg wilde gaan werken. Zelf kozen zij voor wiskunde of economie. Ik trok me daar niks van aan. Want als we ’s avonds uitgingen, dan bleek dat de meisjes het juist heel leuk vonden, als ik vertelde dat ik in de zorg ging werken. Meisjes beschouwen je dan als een zorgzame man en dat vinden ze kennelijk aantrekkelijk. Dat is een leuke bijkomstigheid! Een aantal van mijn vrienden voelt zich door mijn verhalen over mijn werkervaringen aangesproken en gaat nu ook over naar de zorgsector. Twee van hen gaan in de gehandicaptenzorg werken, omdat hun oorspronkelijke beroepskeuze hen tegenvalt.  

Hoe werd je als man ontvangen in Marente? 
In Marente vonden ze het van het begin af aan heel tof dat ik bij hen kwam werken en via hen de opleiding tot verzorgende wilde volgen. Ze hebben wel een beetje pech gehad want ik ben een jaar uitgevallen wegens ziekte. Verder bezorg ik hen geen problemen. Ik ben een sociaal type, kan me snel aanpassen en heel goed met mijn vrouwelijke collega’s opschieten. Ik vind mezelf ook een harde werker. Om een voorbeeld te geven: als ik werk voor school moet doen voel ik me al gauw schuldig dat ik niet op de afdeling sta en dus de anderen maar laat sloven. Al gauw spring ik dan weer op om iets te gaan doen wat nodig is op de afdeling. Ze mogen me ook altijd vragen of ik wil helpen bij zware klussen; ik wil graag ‘de gespierde man’ zijn in de zorg.   

Op welke manier verschillen volgens jou mannen van vrouwen in de ouderenzorg? 
Dat verschil valt vooral op in de pauzes. Vrouwen praten dan graag over alle dingen die hen persoonlijk raken: hun kinderen, kleinkinderen, of huiselijke beslommeringen. Zet een paar mannen bij elkaar en het gaat over de voetbalwedstrijd die ze hebben gezien of over andere matschappelijke zaken. Sommige van die facetten zie je ook terug in de zorg. De vrouwen hebben mij bijvoorbeeld verteld dat ik heel anders omga met de mannen op de afdeling dan zijzelf, en zij zien dat die mannen dat heel prettig vinden. Ze vinden het fijn dat er een man komt met wie ze op hun manier kunnen praten. Vanuit de school heb ik op het moment de opdracht een activiteit te organiseren op het werk. Ik bedacht als vanzelf een voetbalquiz en zit daar nu met veel plezier aan te werken.   

Wie of wat heeft jou het meest geïnspireerd om in de ouderenzorg te blijven werken? 
De intensive care verpleegkundigen zijn op dit moment de mensen die mij het meest inspireren om in de zorg te blijven werken. Ik heb enorm veel respect voor het werk wat zij doen in deze coronatijd, mede omdat zij het ook al zo lang volhouden. Daarnaast inspireert mij ook de mogelijkheid om alsnog voor defensie te gaan werken, maar dan als verpleegkundige. Defensie heeft een tekort aan militair verpleegkundigen en daar zou ik misschien best wel iets aan willen doen. Maar ik weet het nog niet. Ik zit nu pas in het tweede jaar van de opleiding en vind mezelf nog te jong om me vast te leggen op een dergelijke keuze. Bovendien: hoe leuk ik het ook vind bij Marente, ik zou nu nog niet kunnen stellen dat ik mijn hele leven alleen in de ouderenzorg blijf werken.  

Waarop zou jij als je met pensioen gaat het meest tevreden terugkijken? 
Wat vind ik dit een vreemde vraag voor een leerlingverzorgende die volgende maand aan de tweede klas van zijn opleiding begint.  Maar als ik dan toch moet gokken dan zeg ik dat ik waarschijnlijk blij zal zijn als ik de mensen altijd precies de zorg heb kunnen geven die ze nodig hadden. En als ik dat op zo’n manier heb gedaan dat ze me nooit zouden vergeten. Ik wil verschil maken.  

Cecile aan de Stegge
Cecile aan de Stegge
- Onderzoeker/docent Lectoraat Verpleegkundige Intramurale Ouderenzorg bij hogeschool Leiden

Alle blogs & vlogs van Cecile aan de Stegge

Meer blogs en vlogs